Roepaen is er al sinds de 17e eeuw.
Landgoed Roepaen kent een rijke geschiedenis, die terug gaat tot de 17e eeuw. Roepaen is van boerderij via klooster en inrichting uitgegroeid tot een succesvolle evenementenorganisatie. Ook de naam is deze periode van 'Roepaan', via 'Maria Roepaan' naar de huidige naam 'Roepaen' mee veranderd.
Naam
De naam "Roepaan", die al uit de 17e eeuw bekend is, komt vermoedelijk van het werkwoord aanroepen: het is een plaats waar men aanroept. Volgens de ene bron was op deze plek een veer waar de mensen die de Niers over moesten de veerman aanriepen; volgens een ander verhaal riep de waard van de "Herberg De Roepaan" de voorbijgangers aan, die niet plaatselijk bekend waren, om binnen te komen. De oude herberg lag op de uiterste grens van het in cultuur gebrachte gebied van Ottersum. Het was de laatste pleisterplaats voor de woeste Zelderse Heide.Begin
In het kerkarchief van Ottersum lezen we dat Roepaan al sinds de 17e eeuw een belangrijke plaats inneemt in de Ottersumse gemeenschap. In 1694 ondertekende voirstaender Dierick Peters aen die Roepan als notabele mede de benoemingsakte van kapelaan Ter Bruggen van de "gemeinde tot Otersom". In 1731 is Hendrick Peters van der Rupan eigenaar van een huis met een stuk bouwland bij de kerk in Ottersum.
Met het afbranden van de pastorie in 1775 gingen ook de doop-, trouw- en sterfregisters verloren. Daardoor is niet zeker wie er verder in de 18e eeuw op de Roepaan woonde. Naar alle waarschijnlijkheid is het de familie Van de Berg. Welbert van de Berg is in 1782 boer op de Roepaan. Hij is getrouwd met Catharina Reintjes. Een van hun kinderen is dochter Anna Maria, die in 1797 met Gerardus van de Loo, een molenaarszoon uit Asperden, trouwt.
Van de Loo
Het echtpaar Van de Loo-Reintjes blijft op de boerderijherberg en breidt het bedrijf uit tot zo'n 140 ha (met landerijen van Middelaar tot Heijen). De Roepaan is dan een begrip in het Ottersum-Vense, het is het bestuur van de Vense kapel. Het kerkelijk armbestuur vergadert er en bij koop, verkoop of veilingen houdt de notaris aan de Roepaan zitting. In 1827 wordt het kantoor van de directe belastingen, in- en uitgaande rechten en accijnzen op de Roepaan gevestigd en verstuurt de rijksontvanger De Colignon vanaf dat kantoor zijn belastingbrieven. Het echtpaar Van de Loo-Reintjes krijgt elf kinderen. In 1881 is alleen dochter Nelleke nog in leven en wil niet als enige van het gezin Van de Loo op de Roepaan blijven.Zusters van de Goddelijke Voorzienlijkheid
Niemand wil Van de Loo's boerderij kopen. Uiteindelijk biedt de familie de Roepaan te koop aan bij de Zusters van Liefde te Tilburg. De Congregatie slaat het aanbod af, omdat men er geen bestemming voor weet. Dan benadert dokter J.P.H. (Pierre) van de Loo te Venlo de Congregatie van de zusters van de Goddelijke Voorzienlijkheid in Steyl Blerick, maar deze nonnen kampen met geldgebrek. Na overleg met zijn familie wordt Pierre gemachtigd het stamhuis tegen een schappelijke prijs aan de Zusters van Steyl te verkopen omdat het huidige
pensionaat te klein is geworden. De Congregatie begint direct met de verbouwing en sloop van het middenstuk van de boerderij. Dit moet plaats maken voor een lange gang met aangrenzende bijvertrekken: de keuken, de refter en een eetzaal voor de kinderen. Het beginnende klooster behoort een kapel te hebben. Daartoe wordt de voormalige 'beste kamer' van het woonhuis De Roepaan ingericht.
De eerste "Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid" uit Steyl komen in april 1882 aan. Ze wijzigen de naam in "Maria Roepaan" vanwege het religieuze karakter en beginnen er met een bewaarschool, handwerkschool en ziekenverpleging. Daarnaast worden er 60 weeskinderen uit Kessel (L.) ondergebracht. Al snel heeft Maria Roepaan met ruimtegebrek te kampen. Architect Casper Franssen uit Tegelen wordt ingeschakeld en hij ontwerpt het huidige kloostergebouw. De gebrandschilderde ramen zijn afkomstig uit het atelier Derix te Goch. In juli 1909 is het gebouw gereed voor gebruik. In 1917 zijn er 300 bewoners. Vanaf 1923 is het vooral een deftig pension voor bejaarden. De meeste inwoners zijn van Duitse afkomst, de voertaal is dan ook Duits.
Eerste wereldoorlog
De oorlogsjaren 1914-18 gaan niet ongemerkt aan het klooster voorbij. In augustus 1915 worden van rijkswege honderd Nederlandse soldaten op Maria Roepaan ingekwartierd. Ze blijven ongeveer een jaar. Na de oorlog worden de geruchten steeds sterker dat het klooster genationaliseerd zou worden. De Congregatie is die ingreep voor: de Duitse school wordt opgeheven; men wil een Nederlandse huishoudschool beginnen. Hiermee maakt de Duitse taal plaats voor de Nederlandse.
Tweede wereldoorlog
Als in mei 1940 opnieuw een oorlog uitbreekt, stuurt de kloosterleiding alle meisjes naar huis en blijven de zusters met alleen nog de pensiongasten op Maria Roepaan achter. Er dreigt regelmatig inkwartiering, maar het loopt telkens goed af. Begin 1942 komen er pensiongasten bij zodat na enige tijd alle kamers bewoond zijn. In december van dat jaar wordt op last van de Duitse bezetting de klok uit het torentje van de kapel gehaald om omgesmolten te worden tot oorlogstuig.In september 1944 vordert het Duitse militaire gezag het klooster, eerst voor 100 soldaten en later voor 250 SS-ers. Medio september arriveren er in Maria Roepaan 900 krijgsgevangenen uit diverse landen. Ze moeten loopgraven voor de Duitsers maken. Kort daarop wordt het klooster ingericht als veldhospitaal. Op 23 december 1944 zijn alle burgers geëvacueerd uit het klooster. De zusters zijn uiteindelijk in Zenderen terecht gekomen. Wat er na hun vertrek uit Maria Roepaen met het gebouw gebeurde is niet duidelijk te beschrijven, omdat er naast de soldaten geen burgers meer aanwezig waren.
Van Kerstmis 1944 tot februari 1945 is het een komen en gaan van telkens weer andere groepen militairen en krijgsgevangenen. De Duitsers versterken de streek tussen Maas en Niers en de zoom van het Reichswald tegen het te verwachten Engels-Amerikaanse offensief. Als de geallieerden op 8 februari 1945 de operatie "Veritable" met een vreselijk trommelvuur in gang zetten, proberen de Duitsers tot tweemaal toe tevergeefs Maria Roepaan op te blazen. Op 11 februari zijn de Britse soldaten tot aan de rand van
Ottersum doorgestoten. Het imposante gebouw Maria Roepaen is dan het laatste grote Duitse bolwerk vóór de grens met de Heimat. De Duitsers bieden fanatiek tegenstand; het gebouw wordt ten slotte van drie kanten onder vuur genomen. De Duitse commandant bemerkt dat hij ingesloten dreigt te raken. Het gebouw wordt dan met benzine overgoten en in het holst van de nacht trekken de Duitsers zich terug uit het brandend klooster. De strijd verplaatst zich de volgende morgen naar 't Ven en de Hekkens. In het door het vuur gespaarde restant van Maria Roepaen vestigt de Schotse compagniecommandant zijn tijdelijke hoofdkwartier. Van een klooster met Duitse zusters is Maria Roepaan veranderd in een planningscentrum met Britse soldaten. Het complex doet dienst als kazerne voor de Nederlandse grenswacht tot 1949, dan begint het herstel van de kapel en de overige gebouwen.



